Zaterdagochtend op de markt in Freiburg. Je wijst naar de appels, houdt twee vingers op en hoopt dat de verkoper het snapt.Na Basis vraag je zelf om een kilo, vraag je wat het kost en maak je een praatje bij de kraam.
Duits is de taal van onze grootste buur. Je hoort het op de camping in het Sauerland, aan de telefoon met een klant uit Keulen en in de skilift in Garmisch.
Als Nederlander heb je een voorsprong: Haus, Wasser en gut herken je zonder uitleg. Daardoor gaan de eerste lessen vlot. Pas als je zelf gaat praten, merk je hoeveel er anders is.
Der Hund bellt betekent niet dat de hond je belt: hij blaft. Schlimm is erg, doof is stom. Iemand bellen doe je met anrufen.
Ich habe es kalt bestaat niet. In het Duits is het mir ist kalt. Je verjaardag heb je: Ich habe Geburtstag.
Zoals in het Engelse good. Met een Nederlandse g in gut hoort iedereen meteen waar je vandaan komt.
De Duitse grammatica, in het Nederlands uitgelegd. Waarom staat het werkwoord in weil ich keine Zeit habe helemaal achteraan? Wij leggen het kort uit, met voorbeelden die je meteen gebruikt.
Eerst luisteren: ich en ach hebben elk een eigen ch. Dat leer je niet uit een boek. Je hoort het en zegt het na, elk woord in twee stemmen met de uitspraak uit Duitsland.
Het lidwoord leer je meteen mee: in de woordenlijst staat een zelfstandig naamwoord altijd met lidwoord en meervoud: der Tisch, die Tische. Zo hoef je het later niet terug te zoeken.
Veel soorten oefeningen: meerkeuze, invullen en open vragen. Een week na de les staat een korte herhaling voor je klaar.
Elke les draait om één situatie. Bovenaan staat wat je straks kunt, zodat je weet waar je naartoe werkt.
Basis begint bij Guten Tag en je eigen naam. Voorkennis heb je niet nodig.
Der, die, das en de naamvallen: weggezakt? In Basis komt het rustig terug, met de uitleg die je toen misschien miste.
Er is geen rooster. Je pakt een les als je tijd hebt. De volgende keer ga je verder waar je bleef.
Een Duitse klant aan de telefoon, een collega in Düsseldorf of een baan over de grens. Na Gevorderden praat je mee over je werk, ook als het gesprek een kant op gaat die je niet had voorbereid.
Duits leren kan ook met je oren. Bij elk woord en elk gesprek hoort geluid, dus je hoeft niet alles te lezen. Fijn als je snel overprikkeld raakt of moeite hebt met lange teksten.
Je hoeft geen talenknobbel te hebben. Eén les per keer is genoeg. Een oefening doe je over zo vaak als je wilt.
Allebei, vanaf de eerste les. Tegen de verkoper zeg je Sie, tegen een vriend du. Elke les zegt aan het begin welke vorm je gebruikt. Dat is nodig, want Nederlanders zeggen sneller du dan een Duitser gewend is.
Lees deze drie zinnen: Wir wohnen seit zwei Jahren in Aachen. Am Samstag bin ich mit dem Zug nach Köln gefahren. Ich glaube, dass er heute nicht kommt. Begrijp je ze en kun je zulke zinnen zelf maken, begin dan bij Gevorderden. Twijfel je, dan is Basis de veilige keuze: wat je al kunt, ga je snel door.
De cursussen sluiten niet af met een certificaat. Wil je je niveau laten vastleggen, dan doe je een examen van het Goethe-Institut. Halverwege Basis past Start Deutsch 1. Aan het eind van Basis past het Goethe-Zertifikat A2, na Gevorderden het Goethe-Zertifikat B1. Onze cursussen werken naar dezelfde niveaus toe; een examentraining zijn ze niet.
Bij elke cursus staat hoeveel uur zelfstudie we rekenen. Of je nu elke ochtend bij de koffie een les doet of op zondag drie achter elkaar: je cursus wacht op je.
In Gevorderden regel je wat je daar tegenkomt: een klacht in een winkel, een misverstand met de buurman, een gesprek over een nieuwe baan.
De Harz, het Zwarte Woud of de wintersport. Je bestelt zelf, je vraagt de weg en je maakt een praatje bij de receptie.
Ja, graag zelfs. De eerste twee lessen van Duits Basis zijn voor iedereen open, ook zonder account. Je vindt ze op de pagina Gratis lessen. Maak je een gratis account aan, dan bewaren we wat je al gedaan hebt.
Deze lessen zijn voor iedereen open, ook zonder account. Je krijgt de uitleg, de voorbeelden en de oefeningen, precies zoals in de cursus.